Drakaea: Deze orchideeën zijn ongelooflijk!

Ken je dat gevoel dat je verbluft raakt door de natuur? Dat sommige planten en dieren zo bijzonder zijn dat je je ogen niet gelooft? Een van de meest bijzondere die ik ooit heb gezien zijn de 10 soorten orchideeën uit het geslacht Drakaea, die afkomstig zijn uit het zuidwesten van Australië. Ze hebben een wel heel bijzondere manier ontwikkeld om zich te vermeerderen!

Drakaea gracilis. Photo by Kevin Thiele from Perth, Australia [CC BY 2.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/2.0)%5D, via Wikimedia Commons

Wesp

De orchideeën uit het Drakaea geslacht worden alleen bestoven door een unieke soort wesp uit de familie Thynnidae. De vrouwtjes van de wespen die deze orchidee bestuiven kunnen niet vliegen. De vrouwtjes klimmen op een grasspriet en trekken de mannetjes aan door een feromoon, een geurstof te produceren. De mannetjes komen hier op af en pakken de vrouwtjes op. De paring vind dan plaats, en tegelijkertijd voedt het mannetje het vrouwtje dan. Daarna wordt ze weer neergezet, kruipt naar de grond om haar eitjes te leggen in een keverlarve en sterft kort daarna.

Het mechanisme

De bloem van de Drakaea bestaat uit twee delen: een deel die stuifmeelzakjes bevat, en een deel die op het vrouwtje van de wesp lijkt. Tussen deze delen zit een soort scharnier. De bloem produceert een chemische stof die het feromoon van de vrouwtjeswesp imiteert, en trekt zo het mannetje aan. Het mannetje wil het nepvrouwtje graag meenemen en probeert haar op te pakken, maar door de vliegbewegingen die hij maakt scharniert de bloem zo, dat de wesp tegen de stuifmeelzakjes aankomt.

De stuifmeelzakjes zijn bedekt met een soort lijm, die er voor zorgt dat ze aan de wesp worden geplakt. De orchidee laat als de lijm droog is de wesp los, die vervolgens met stuifmeelzakjes en al weg vliegt. De wesp gaat opnieuw opzoek naar een vrouwtje en bij de volgende orchidee probeert hij weer om het nep vrouwtje op te pakken. De bloem scharniert, en de wesp bestuift de bloem door met de vastgeplakte stuifmeelzakjes tegen de stempelzuil van de bloem aan te komen. Zo is het proces compleet.

Zie op de foto hieronder het paarse ding wat het vrouwtje moet voorstellen, en daartegenover het stuifmeel in de stempelzuil. Tussen de twee steeltjes zie je een soort scharnier zitten die het mogelijk maakt dat de twee delen naar elkaar toe bewegen. Wil je zien hoe dit in zijn werk gaat? Zoek dat op Youtube naar ‘Hammer Orchid’.

Drakaea glyptodon -Brundrm [CC BY-SA 3.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)%5D, from Wikimedia Commons

Een nieuweling

In tegenstelling tot de Hertshoornvaren die we in een eerder artikel bespraken is de Orchidee vrij jong te noemen in de evolutie. Dit is duidelijk te zien aan het heel geavanceerde mechanisme die de plant heeft ontwikkeld om zich voort te planten, in vergelijking met de relatief simpele sporen van de eerste planten. Orchideeën hebben nog meer bijzondere trucs die ze toepassen om zich te vermeerderen, daarover meer in komende artikelen!

Vind je dit een interessante post en wil je meer weten over orchideeën en andere interessante planten, evenals tuintips- en tricks, weetjes en nieuws? Schrijf je dan in voor notificaties via email en volg/like/deel de website thewildgardening.com op Facebook en instagram! Op deze manier help je de website en zorg je ervoor dat meer andere mensen ook kunnen genieten van alle bijzondere, leuke en interessante dingen die planten ons te bieden hebben!

Pas deze planten nu toe om je urban jungle interieur een knallende start te geven!

De urban jungle

Het is razend populair en niet zonder reden, wetenschappelijk onderzoek toont aan dat planten in ons interieur positieve effecten hebben op ons humeur, concentratie, productiviteit en gezondheid. Zowel in huis als op de werkvloer geven planten ons een gevoel van ontspanning en schoonheid. Er is een groeiende behoefte aan een meer natuurlijke omgeving, en dat zie je goed terug in de urban jungle trend. Het toepassen van planten in ons interieur gecombineerd met natuurlijke materialen en kleuren haalt dit gevoel bij ons naar boven. Maar welke planten kun je nu het best toepassen voor een instant-jungle effect?

Gebruik lagen

Net als in de tuin is het mooi om planten zo neer te zetten dat er lagen ontstaan. Zo krijg je een natuurlijke compositie en vergroot je het gevoel van diepte. In de tuin wordt er meestal onderscheid gemaakt tussen drie lagen: de boomlaag, struiklaag en kruidlaag. (Ook heb je de moslaag, maar dit is voor in het interieur denk ik niet echt van toepassing). Simpelweg betekent dit dat je van boven naar beneden drie niveaus hebt waar planten groeien. In principe kun je dit effect in je interieur al met drie verschillende soorten planten creëren.

Rainforest_vertical

de boomlaag, struiklaag en kruidlaag. Bron; T. R. Shankar Raman [CC BY-SA 4.0 (https://creativecommons.org/licenses/by-sa/4.0)%5D, from Wikimedia Commons

boomlaag

Voor de boomlaag kies je natuurlijk voor mooie grote soorten. In het wild zijn dit vaak bomen van meters hoog, zeker de ficussen. In de woonkamer halen ze dan ook makkelijk de twee meter. Geschikte soorten zijn onder andere Ficus elastica, Ficus lyrata, Ficus benjamina, Kentia howea forsteriana, Strelizia nicolai, Caryota mitis, Pachyra aquatica, Areca palmen.

Struiklaag

downstairs-interior-decoration-interior-design-757060
De Ficus werkt prachtig als boomlaag en de varens als kruidlaag. Een struiklaag had hier nog iets toe kunnen voegen. Photo by Brennan Tolman from Pexels

Kies voor de struiklaag de planten die er net tussen in zitten. Soorten die hiervoor geschikt zijn? Monstera Deliciosa (gatenplant), Strelizia reginae (paradijsvogelbloem), Scindapsus (een van mijn favorieten), Phoenix Canariensis, Musa dwarf cavendish (dwergbanaan), Schefflera, Dracaena marginata, Polyscias aralia, Alocasia macrorrhiza

37675350645_e8fe163e21_z
De befaamde Monstera deliciosa ‘variegata’ is eigenlijk ook geschikt voor de boomlaag als hij wordt opgebonden als klimplant. bron

Kruidlaag

De kruidlaag bestaat uit planten die in het regenwoud, waar veel van onze kamerplanten vandaan komen, de onderbegroeiing vormen. Deze planten blijven relatief laag. Kies bijvoorbeeld voor; Anthurium, Spathiphyllum (lepelplant), Calathea, Alocasia wentii, Philodendron, Croton, Varens, Sanseveria, Peperomia soorten, Pilea.

33457186082_d99da8f8b5_z
Calathea en Spathiphyllum in de kruidlaag. bron

Hangplant, of plant op een tafel/zuil

Daarnaast kun je ook met een hangplant een bepaalde laag nabootsen of opvullen, hang hem hiervoor op de hoogte van welke laag je wilt uitbeelden. Dit kan ook door een lage plant op een tafel of zuil te zetten. Soorten? Chlorophytum (graslelie), Phalaenopsis (vlinderorchidee), Varens, Scindapsus, Ceropegia Woodii (chinees lantaarnplantje), Bromeliaea, Hedera (klimop). Ook mooi voor deze toepassing zijn (hang)terraria met bijvoorbeeld Tillandsia (luchtplantje).

Met deze lagen in gedachte kun je de mooiste composities ontwerpen. Kies hiervoor wel soorten die qua standplaats dezelfde eisen stellen.

Bronnen:

https://www.researchgate.net/publication/274476416_The_effect_of_indoor_plants_on_human_comfort

https://nl.wikipedia.org/wiki/Vegetatielaag

Hertshoornvaren on steroids!

De meeste mensen kennen hem wel, de Hertshoornvaren, en dan vooral de soort Platycerium bifurcatum, die op grote schaal wordt gekweekt voor verkoop als kamerplant. Nou, deze heeft ook een grote broer (of zus), die ik vorige week op een foto tegenkwam, ik was meteen verkocht! Hij heet Platycerium superbum, en heeft een enorme WMG factor! (Wow Must Grow). Dit ding is echt enorm en zeer indrukwekkend, je moet het haast zien om het te geloven.

Bekijk in deze video hoe groot ze zijn!

Een plant met een…voet?

De plant is een Epifyt wat betekend dat hij op andere planten groeit zonder ze lastig te vallen. Hoe hij dat doet? Hij heeft een soort bladeren, die als een voet om te stam heen vouwen, en zo houdt hij zich vast! Uit deze voet groeien bladeren die aan de achterkant op een plek bedekt zijn met sporen.

Sporen zijn in de evolutie eigenlijk de voorlopers van zaden, wat betekend dat deze plantensoort, net als andere varens al heel lang bestaat op de aarde. De Hertshoornvaren lijkt er niet meer op, maar de eerste varenachtige planten kwamen al in het laat-Devoon voor, dat is ongeveer 374 miljoen jaar geleden! Bron en Klik hier voor meer informatie over sporenplantenPlatycerium_superbum_3

bron: Tatiana Gerus from Brisbane, Australia [CC BY 2.0 (https://creativecommons.org/licenses/by/2.0)%5D, via Wikimedia Commons

De plant groeit dus op een boom, maar hoe komt hij dan aan voeding zou je denken?

De bladeren waaruit de ‘voet’ bestaat, bestaan eigenlijk uit lagen die naar binnen toe langzaam verrotten tot compost wat de plant weer opneemt. De bovenkant van de varen is een soort trechter waar allemaal organisch materiaal invalt en dan verteert. Eigenlijk is de hertshoorn dus een levende compostbak.

Tropisch

De Hertshoornvaren is een tropische plant dus moet in ons klimaat in de winter naar binnen. Hij wordt nogal groot voor de woonkamer maar ach, een ficus wordt in het wild ook zomaar 30 meter hoog dus waarom niet gewoon proberen. Ik zie het al helemaal voor me, de enorme bladeren die als een soort overkapping over de stoel in de plantkamer hangen, doorschenen door sprankelend licht van de zachte ochtendzon. Ik zit er dan onder met gesloten ogen en een blik van tevredenheid op mijn gezicht.. (hij mag niet in de zon maar dat terzijde) (en de plantkamer is veel te klein maar dat terzijde).

23508186898_a0c4cee4ed_k
Bron: hier

Je kunt de plant kweken uit sporen of uit uitlopers, die pups heten. Kopen in het tuincentrum zit er niet in, dus de zoektocht online kan beginnen. Ben je ook zo onder de indruk van deze prachtige reus, of heb je vragen of tips? Laat het weten in de comments of op facebook!

Heb je genoten van dit artikel? Vergeet dan niet om het te liken/sharen! Volg The wild gardening ook op Facebook om op de hoogte te blijven van nieuws, interessante weetjes, komende artikelen en tuinverhalen.

Waarom iedere tuin een (fruit)boom(pje) verdient

Voor veel mensen is een boom hebben in de tuin niet vanzelfsprekend. Te weinig ruimte is meestal de voornaamste oorzaak waarom er wordt besloten om geen boom te planten. Jammer, want een boom in de tuin hebben biedt vele voordelen, voor onszelf, maar ook voor de tuin, en de omgeving. Er is voor bijna iedere tuin wel een boom die past. Lees in dit artikel een aantal voordelen op een rij.

Het jaar rond genieten

Een boom kan een echte blikvanger zijn in de tuin. Denk hierbij aan bloesem in de lente, vruchten of bladvorm in de zomer, de mooiste herfstkleuren in bladeren en bessen, en in de winter eventuele bastkleur of in het geval van een groenblijvende soort nog wat kleur in de verder vaak grijze en kale wintertuin.

Eten uit eigen tuin

Een fruitboom of notenboom is een van de makkelijkste manieren om zelf voedsel te verbouwen. Een boom vraagt in verhouding met bijvoorbeeld bladgewassen en bol en knolgewassen heel weinig onderhoud en geeft in veel gevallen als hij het goed naar zijn zin heeft, jaren lang kilo’s met fruit of noten. Een aantal soorten die je kunt kweken zijn bijvoorbeeld appels, (kwee)peren, kersen, pruimen en walnoten. Fruit heeft een groot toepassingsbereik, want je kan er immers van alles mee doen! Vers eten, invriezen, moes of jam van maken, in taarten en andere gerechten verwerken of zelfs drogen. Er bestaan verschillende maten fruitbomen. Laagstam, middenstam en hoogstam. Eigenlijk is de laagstam het meest geschikt voor de kleine of gemiddelde tuin. Deze bomen worden meestal 150 tot 400 centimeter hoog. De stam heeft hierbij een hoogte van 50 centimeter wat betekend dat de eerste zijtakken op deze hoogte beginnen. De bomen kunnen bij goede verzorging wel 30 tot 40 jaar oud worden maar geven al jong vruchten, zo’n 5 tot 20 kilo per jaar. Onder de laagstam vorm heb je nog verschillende vormen waaronder de zuilvorm, die geschikt is voor kleine ruimtes (ook een zonnig balkon), evenals de patiovorm. Deze zijn ook geschikt om te worden geplant in ruime potten. Ook kan een leivorm interessant zijn voor een kleinere tuin. Hierbij worden de takken horizontaal langs stokken geleid, waardoor de bomen geschikt zijn om plat tegen een muur te laten groeien of zelfs om een haag van te maken. Wat je soms wel ziet is dat een haag van appelboompjes wordt geplant rondom een moestuin. Een haag van fruitbomen is natuurlijk ook een fantastisch alternatief voor de buxushagen die de laatste jaren eigenlijk niet overleven door de toedoen van de Buxusmot. Wat belangrijk is bij de aanplant is natuurlijk de standplaats en grondsoort. Dit verschilt per soort en kan je achterhalen via de kweker, het tuincentrum of op het internet. Houdt bij de standplaats ook rekening met eventuele vlekken die vruchten kunnen veroorzaken op bestrating, bijvoorbeeld in het geval van een moerbei. Zet deze liever op een plaats waar dat geen probleem vormt. Heb je een boom uitgezocht en ga je hem planten, zorg er dan voor dat hij nooit dieper mag worden geplant dan de diepte waarop hij geteeld is. Daarnaast is het juist plaatsten van een boompaal van groot belang, het boompje kan anders niet goed zijn wortels verankeren in de grond en komt los te staan. Let er ook op dat sommige soorten een andere soort nodig hebben om voor de bestuiving, anders geven ze niet goed vruchten. De kweker of een tuincentrum kan je bij al deze punten goed adviseren. Ook is het mogelijk om de boom te laten bezorgen, én te laten planten.

Geldbesparing

Een strategisch geplaatste boom kan zorgen voor een energiebesparing in huis. Door het wegnemen van een koude wind uit het noordoosten bijvoorbeeld. In warme gebieden zorgen bomen ook voor kosten en emissiebesparing door vermindering van airconditioning gebruik. Soorten met een groot totaal bladoppervlak zijn hier het meest geschikt voor. Let wel dat een grote boom geplaatst aan de zuidkant van het huis, juist een kostenvermeerdering kan veroorzaken door het wegnemen van de winterzon.

Schaduw en verkoeling

Een boom neemt veel water op uit de grond en verdampt dit via de bladeren, soms wel een paar honderd liter per dag! Dit heet evapotranspiratie De verdamping van het water zorgt voor een verkoelend effect op de lucht rondom de boom. Ook het geven van schaduw werkt natuurlijk verkoelend.

Het verbeteren van afwatering

Doordat de boom via de bladeren regenwater opvangt vertraagt de boom het water bij bijvoorbeeld stortbuien. Zo heeft de grond langer de tijd om het water op te nemen en heb je minder kans op wateroverlast bij heftige stortbuien. Dat de boom water verdampt draagt hier ook nog aan bij omdat de grond hierdoor als het ware meer verwerkingscapaciteit krijgt. Helaas is door klimaatverandering het opvangen en regelen van regenwater een steeds grotere noodzaak.

Ecologie

Een boom verbetert in hoge mate de ecologische balans van de tuin. Door huisvesting en voeding beschikbaar te stellen aan talloze insecten en andere dieren heb je, tegenstrijdig als het klinkt, juist veel minder kans op plagen. De insecten in de boom trekken namelijk ook roofdieren aan als vogels en egels, zweefvliegen, gaasvliegen en lieveheersbeestjes die er voor zorgen dat bijvoorbeeld bladluizen een minder grote kans krijgen, om zich tot zulke grote getale uit te vermenigvuldigen dat ze een plaag kunnen vormen. Zie het als een soort militaire basis voor tuinbeschermingstroepen.

milieu en publieke gezondheid

Een boom is in staat om vele schadelijke stoffen op te nemen. Onder deze stoffen vind je bijvoorbeeld stikstofoxiden, zwaveldioxide, ozon, en fijnstof. Dit zijn zeer schadelijke stoffen (smog) die onder andere zorgen voor luchtwegproblemen zoals COPD. Daarnaast ademen bomen CO2 (koolstofdioxide) in en ademen ze O2 (zuurstof) uit. Bij ons is het juist het tegenovergestelde, mensen en andere organismen ademen immers O2 in, en CO2 uit. Bomen zorgen er dus voor dat mensen (en andere belangrijke organismen) kunnen ademen. CO2 is ook een van de belangrijkste broeikasgassen. De boom slaat een deel van dit gas (de koolstof) op, zo kan wel de helft van het gewicht van een boom bestaan uit koolstof, wat na jaren kan oplopen tot duizenden kilo’s!

Structuur

Bomen en struiken zijn heel bepalend voor de structuur van een tuin, ze vormen als het ware een verticaal geraamte. In een siertuin heb je vaak vanaf de grond naar boven een kruidlaag, struiklaag en een boomlaag. Door deze lagen toe te passen krijgt je tuin meer diepte en karakter. Bomen zorgen ook voor een gevoel van privacy, bijvoorbeeld door inkijk te verminderen, of door een afscheiding te vormen in het geval van leibomen of een haag.

Al deze positieve effecten houden niet op bij de grenzen van je tuin. Deze effecten zijn ook van toepassing op de directe en indirecte omgeving. We kunnen wel stellen dat bomen essentieel zijn voor ons als mensen, dieren en andere organismen. Voor onze lichamelijke en mentale gezondheid door het verschaffen van zuurstof en gefilterde lucht, verkoeling, voeding, bescherming tegen noodweer en klimaatverandering en omdat ze gewoon prachtig zijn om te zien.

Tot slot kun je dit stappenplan volgen als je een boom wil gaan planten.

  1. Bepaal de standplaats. Hou hierbij rekening met de hoeveelheid zon, de vochtigheid van de grond, de uiteindelijke wijdte van de kroon en hoogte van de boom. Bepaal ook of de windrichting waarin de boom wordt geplant ten opzichte van het huis gunstig is.
  2. Bepaal de soort en vorm. In het geval van een fruitboom kies je natuurlijk het fruit wat je het liefst eet en waarvan de soort geschikt is voor de gekozen standplaats. Denk verder aan de functie van de boom, wil je herfstkleuren, bloesem, een mooie bast of bessen? Of dat allemaal? Laat je inspireren op internet, in boeken en tijdschriften, tuinen van buren, een botanische tuin of arboretum. Natuurlijk kun je ook altijd advies inwinnen bij een leverancier. Budget speelt ook een rol maar gelukkig hoeft een boom helemaal niet duur te zijn. Koop gerust een wat kleinere boom. De meeste bomen kunnen behoorlijk snel groeien en bereiken al snel de gewenste hoogte. Hou ook rekening met eventuele allergieën als hooikoorts.
  3. Koop en plant de boom! Bomen die je in een pot koopt kunnen het hele jaar door geplant worden, hebben ze een kluit, plant ze dan van november tot april als het niet vriest. Graaf een gat wat rond is en cilindervormig. Het moet zo diep zijn dat de boom op de zelfde diepte komt te staan als de diepte waarop hij bij de kweker geplant is. Plaats na het planten een boompaal. Laat de boom zeker het eerste jaar niet uitdrogen.

Door Sam van Rootselaar

Heb je genoten van dit artikel? Vergeet dan niet om het te liken/sharen! Volg The wild gardening ook op Facebook om op de hoogte te blijven van nieuws, interessante weetjes, komende artikelen en tuinverhalen.

Bronnen: http://www.arborenvirontmentalliance.com, Gardeners World magazine, The Still Growing podcast: Episode ‘Growing money: Calculating the real value of trees with Al Zelaya’, Geraadpleegd op 10-11-2018

8 redenen om (meer) te gaan tuinieren

Is jouw voor of achtertuin een blok aan je been, die je per ongeluk bij je woning hebt gekregen? Of zie je op tegen dat onkruid wieden, wat eigenlijk al 2 maanden geleden had moeten gebeuren en nu een onoverkomelijke hindernis is geworden op het pad naar innerlijke rust en tevredenheid? Deze 8 redenen geven je de kracht om er weer tegenaan te kunnen.

1. Ontspanning Tuinieren en dan met name het verzorgen van planten vereist een rustige, vriendelijke en zorgzame aandacht.

Gojibessen
Gojibessen in de zon

Ook adem je als je bezig bent met de aarde een bepaalde bacterie in, mycobacterium vaccae. Deze bacterie verhoogt het serotonine niveau in de hersenen wat een ontspannend en positief effect heeft. Meer info over deze bacterie vind je hier.

2. Creativiteit

Je zou een tuin kunnen zien als een leeg canvas waarop je in volledige vrijheid kan schilderen wat je aanspreekt. Een tuin helpt op deze manier om je creatieve vermogen te ontwikkelen en te stimuleren.

3. Fysieke gezondheid Tuinieren draagt op een prettige en effectieve manier bij aan een actieve levensstijl die zo belangrijk is om gezond te blijven. Ook kun je natuurlijk zelf groenten en fruit kweken, verser en gezonder kan niet!

4. Connectie met je roots

Al sinds het begin van het Neolithicum rond 11000 jaar v.Chr. bedrijven mensen landbouw. Het bezig zijn met de aarde in de buitenlucht zit diep in onze genen verankerd en we voelen ons van nature fijn als we omgeven zijn door planten en bomen. Dit is niet zo vreemd als je bedenkt dat de mens duizenden jaren in de natuur heeft geleefd.

5. Voldoening Er zijn maar weinig dingen die zoveel voldoening geven als het resultaat van je harde

DSC08259

werk te kunnen bekijken, of het nou een grote bak salade is, verse tomaten of een mooie wilde bloemenweide.

6. Sociaal De wereldwijde (online) tuincommunity bestaat uit veelal enthousiaste mensen die een positieve en creatieve interesse delen. Vaak worden planten en zaden geruild en ideeën tips en ervaringen uitgewisseld.

7. De seizoenen

Door te tuinieren leer je de mooie dingen te waarderen van elk seizoen en deze ook meer mee te maken.

DSC08266

Keek je eerst naar de herfst als een koude, natte periode waarin je het liefst zou beginnen met je winterslaap, zo zie je nu de mooie pompoenen die je kunt oogsten, of de prachtige herfstkleuren in de bladeren van je zelf geplante toverhazelaar.

8. Het milieu

Een tuin biedt een kans om bij te dragen aan een betere leefomgeving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan nestgelegenheid voor vogels in bomen en struiken, schuilplaatsen voor egels onder bladeren of takken, voedsel en schuilplaatsen voor insecten, en indien je een vijver hebt een schuil en woonplaats voor amfibieën. Door onder andere de enorme snelheid van de verstedelijking en de intensieve landbouw zijn deze plekken helaas steeds harder nodig.

Door Sam van Rootselaar

Een balkon in de winter, van bloemen tot groenten

In de zomer een oase van bloemen, kleuren en geuren, een plek om te genieten. Waarom niet ook in de winter? Het is zonde om deze ruimte in de winter onbenut te laten, er zijn voldoende mogelijkheden om lekker bezig te blijven en te genieten van tuinieren, het hele jaar door. Hier wat tips ter inspiratie!

Maak kleurrijke potten

Overal in tuincentra worden nu veel planten aangeboden die je kunt gebruiken om de mooiste combinaties mee te maken. Neem een mooie terracotta pot die vorstbestendig is, en beplant hem met bijvoorbeeld de volgende planten.

IMG_20181014_003144_344.jpg
6 soorten viooltjes die de hele winter bloeien

Heide (gebruik wel heidegrond), violen, helleborus, bergthee, festuca glauca, cyclamen, of kies voor de kleurrijke Primula’s die vroeg in het voorjaar bloeien. Plaats kleine wintergroene struiken of coniferen in een pot op de grond en maak gebruik van de hoogte door potten met bloemen op bijvoorbeeld een tafeltje te plaatsen.

IMG_20181014_002553_354.jpg
tulpen in een terracotta schaal

Vergeet ook zeker de mogelijkheid van bloembollen in potten niet, de keuze is ook hier eindeloos. Gebruik weer een mooie terracotta pot, vul deze met potgrond vermengd met 1/4 deel perliet, grof zand, fijn grind, lavagrit of vermiculiet. Bloembollen houden van een luchtig, goed drainerende grond. plant ze tot in december en geniet in het voorjaar van de kleurenpracht.

Het kweken van groenten is ook goed mogelijk op je balkon in de winter. Sommige soorten kunnen zonder bescherming geteeld worden, maar wat vaak wel handig is om dan te hebben is een klein kweekkasje. Dit hoeft niet perse een dure glazen muurkas te zijn (al is dat best mooi), wie creatief is kan met wat plastic en een (eventueel houten) frame al een prima bescherming realiseren. Als je een glazen of plastic plaat over een plantenbed, of een bak met plantenpotten kan plaatsen en je kan hem indien nodig op een kier zetten voor ventilatie kan je behoorlijk wat soorten groenten kweken. De volgende soorten zijn bijvoorbeeld geschikt voor winterteelt;

Winterpostelein- Het liefst zaaien onder glas, of een andere bescherming. Zaaien van Juli tot en met november, oogsten van oktober tot in maart.

Spinazie- Kies een ras wat geschikt is voor winterteelt, bijvoorbeeld ‘Winterreuzen’. Zaaien van augustus tot en met november, oogst vanaf oktober tot in januari. Zaai in wat grotere potten. Bescherming is niet nodig.

Veldsla- Bijvoorbeeld ‘Favor’. Zaai onder bescherming van oktober tot in mei, de rest van de maanden kan het in de buitenlucht. Oogst het hele jaar door.

Erwten- Zaai nu in potten en verplaats ze naar een plek met bescherming. Oogst de erwten begin volgende zomer. Hetzelfde kun je doen met tuinbonen voor een vroege oogst volgend jaar.

Namenia of bladmoes- Zaai november tot en met februari onder glas voor oogst vanaf februari tot juni.

Er zijn best wat voordelen van het kweken op een balkon. Je hebt geen last van hongerige dieren, en het vriest minder hard omdat het wat hoger is. Natuurlijk wordt de groeisnelheid van de planten wel deels bepaald door de hoeveelheid zonlicht op je balkon. Op een balkon op het noorden zal het moeilijk gaan in vergelijking met een balkon op het zuiden. Natuurlijk zijn al deze mogelijkheden ook prima toepasbaar in een tuin, of op een terras.

20181018_140555.jpg
Een late zaai van saladeblaadjes in de herfst geeft de winter door oogst

De plantjes zullen gedurende de maanden met de kortste dagen niet (hard) groeien, maar kunnen de kou goed overleven en zorgen in het vroege voorjaar voor heerlijke malse, en gezonde blaadjes! Zaden zijn online of in het tuincentrum verkrijgbaar. Heb je vragen of ideeën over hoe je in de winter meer kunt genieten van je balkon? Laat onderaan je reactie achter!

Door Sam van Rootselaar

Tijm

Je kent het vast wel, een tijmplant die je al een tijd hebt. In het begin was het een mooi compact klein plantje met veel nieuwe en verse tijmblaadjes. Maar na een jaar of twee heb je een losse struik, veel verhoute stukken tak, met aan de bovenkant een paar sprietige oude miniblaadjes die je uit puur medelijden maar gewoon laat zitten. Er zijn dan een aantal dingen die je kunt doen.

_MG_0631
een extreem voorbeeld

Snoeien. Een mogelijkheid, maar Tijm loopt slecht uit op oud hout en de kans bestaat dat hij helemaal niet meer uitloopt.

Weggooien en een nieuwe kopen. Doeltreffend maar saai. Voor een gedreven tuinier de minst leuke optie.

Stekken. Tijm wortelt makkelijk en relatief snel. De planten kruipen van nature tussen stenen door en vormen makkelijk wortels om zich op een nieuw plekje te kunnen vestigen. Er is alleen een makkelijkere manier om snel veel meer planten te krijgen.

Mieren

Het is me al vaak opgevallen dat in de zomer, mieren in de tuin vaak mijn tijmplanten gebruiken om een hoop omheen te bouwen. Ze graven dan als het ware de kern van de plant een stuk in. Niet dat hij helemaal is bedolven onder een laag aarde maar ongeveer tot de helft, een stukje onder de plaats waar de eerste groepjes met blaadjes zitten. Ze doen dit waarschijnlijk omdat de vorm van de tijmplant een goed geraamte vormt, die veel stabiliteit aan de hoop geeft. Het stort minder snel in en kan zo misschien zelfs hoger worden gebouwd als zonder het gebruik van zo’n geraamte. In de herfst gaan de mieren dan diep onder de grond en als ik dan de aarde van de hoop een beetje weghaal, zie ik meestal dat de takken die ingegraven waren bijna allemaal wortels hebben gekregen.

Deze techniek wordt in de planten en boomteelt ook gebruikt en heet dan aanaarden of mound layering.

Door de plant te verjongen zal hij weer meer verse blaadjes gaan produceren die dan weer kunnen worden verwerkt in lekkere gerechten. Eigenlijk is deze tijm al een beetje te groot geworden om hem aan te aarden maar, wie wat probeert, die heeft wat!

Eerst bouw ik met wat stenen een bakje om de Tijm heen, waar later de aarde wordt in gedaan. Dit is niet altijd nodig maar deze plant is zó hoog dat het niet anders kan.

De aarde die ik gebruik is gewone potgrond vermengd met een derde deel brekerzand. Je kan ook fijn grind, lava, perliet, vermiculiet of iets dergelijks gebruiken om de drainage van de grond te verbeteren. Dit doe je zodat water sneller uit de grond loopt en er dan meer zuurstof in zit. In dit luchtige mengsel heb je veel minder kans dat de plant gaat rotten. Gebruik als het even kan potgrond op basis van kokos in plaats van turf, dit is minder belastend voor het milieu.

Vervolgens vul ik het bakje op zo’n manier dat alle takjes zijn omgeven door aarde. Hiermee ga ik door tot een paar centimeter onder de plek waar de takjes voor het laatst vertakken en er weer veel blaadjes zitten.

Zoals je ziet is deze Tijm eigenlijk al te hoog geworden voor deze methode, het is een heel gebouw geworden. Hieronder zie je een manier waarop het dan ook goed kan, wat het in principe hetzelfde is als de vorige manier.

Maak een sleuf met stenen en buig de takjes zo dat ze er in komen te liggen en laat de bovenkant er uitsteken. Vul deze sleuf vervolgens met het luchtige aardemengsel.

Leg er nog een paar stenen op om te voorkomen dat de takken omhoog veren.

Nu is het een kwestie van wachten tot de takken in de aarde wortels hebben gevormd. Hebben de takjes eenmaal wortels, dan kun je de plant verdelen in vele nieuwe tijmplantjes!

De beste tijd is waarschijnlijk aan het begin van het groeiseizoen. Zo rond april/mei. Dan maakt de plant het snelst wortels. Op een ander moment kan het ook, het duurt dan alleen langer.

De techniek is op deze manier ook geschikt voor Lavendel struiken.

Wil je weten of het gelukt is om deze Tijm te vermeerderen? Volg dan deze blog en blijf op de hoogte van nieuwe berichten!

Door Sam van Rootselaar

Emotionele waarde

Op de plek waar eerst het terras was, tussen de heg aan de achterkant van de tuin en de vijver, staat nu een pergola waar een druif en een kiwi op groeien. De kiwi heb ik een paar jaar geleden gezaaid en deze bleef nog samen met drie anderen over. Hij (een mannetje) doet het niet zo goed, hij kan de brandende zon en droogte in de zomer niet goed aan. In de lente, als het weer wat warmer begin te worden en de dagen langer worden loopt hij uit met mooie lange, rood behaarde scheuten. Boven in de plant die zo’n tweeënhalve meter hoog is zwellen de bloemknoppen op die later in de lente opengaan. Een kransje van meeldraden komt tevoorschijn, omsloten door witte kelkbladen. Een beetje als kersen of appelbloesem, maar dan wit. Helaas als het heter wordt en de zon komt steeds hoger aan de hemel te staan laat hij al zijn bladeren vallen om dan later in het seizoen weer uit te lopen. DSC08550Er wordt, als je een kiwi kweekt voor de vruchten aangeraden om een plant te kopen. Deze bestaat dan eigenlijk uit twee planten, een mannetje en een vrouwtje want Kiwi’s zijn eenslachtig, het vrouwtje draagt de vruchten en het mannetje is nodig voor de bestuiving. Als je ze toch wil zaaien duurt het vaak wel een paar jaar voordat ze gaan bloeien en je kan zien of je mannetjes en/of vrouwtjes hebt gekweekt. Wil je ze zaaien, dan haal je gewoon zaadjes uit een kiwi, maakt deze schoon en laat ze drogen op een plek in de schaduw waar wat ventilatie is. Na ongeveer een week gedroogd te zijn doe je ze in een zakje in de vriezer en laat ze daar drie of vier weken stratificeren. Zo denken de zaden dat het winter is en als je ze daarna dan zaait op de vensterbank kunnen ze ontkiemen. Je kunt ze dan na een tijdje verspenen en na ongeveer een jaar zijn ze waarschijnlijk wel groot genoeg om te worden uitgeplant. Ze groeien bij mij het beste in de half schaduw, op een beschutte plek. Degene die bloeien zijn tot nu toe allemaal mannetjes, ik zou er een vrouwtje bij kunnen kopen of stekken van iemand anders. DSC08552
Onder de pergola ligt een terras met houten tuintegels, daarop stond voorheen een houten picknicktafel, maar die is verplaatst naar het midden van de tuin. Het is fijn om omgeven te zijn door je tuin in plaats van er vanaf de zijlijn over uit te kijken want soms kan het moeilijk zijn om helemaal niks te doen en alleen maar even te genieten. Je ziet dat vaak van alles wat er moet gebeuren en krijgt allerlei ideeën die onmiddellijk moeten worden uitgevoerd. Heb je hier ook vaak last van dan kan het beter zijn om het terras in het midden van de tuin te hebben. Met de blik dan gericht op maar de helft in plaats van de hele tuin heb je in theorie dan vijftig procent minder kans dat er tijdens het niets doen een afleiding ontstaat, de tuin beschouwende als een homogene verzameling van intuïtieve creativiteits-stimulerende prikkels.
Het terras is op het moment dus een kaal vierkant met houten terrastegels, overkoepelt door een pergola waar een ongelukkige kiwi op groeit, en een druivenstok, die zo’n drie meter lang is en zich nog makkelijk in groeirichting laat sturen. Een goed moment dus om er iets aan de veranderen.
Het is een van de droogste plekken in de tuin, het ligt wat hoger dan de rest. In de zomer is het soms zó droog dat er brede scheuren in de zware klei ontstaan. Deze droogte blijft wel vaak redelijk oppervlakkig en gaat zelden dieper als ongeveer dertig centimeter. De plek is dus niet zo geschikt voor jonge of ondiep wortelende planten met behoefte aan veel vocht, maar, een kleine boom zou hier goed op zijn plek zijn. Het is groot genoeg voor een halfstam fruitboom of een wat grotere struik. Er zijn veel mogelijkheden, een appel of peer zou het er goed kunnen doen, of zelfs een perzik of nectarine, wat natuurlijk heel mooie bomen zijn, maar wat op dit moment me de beste keuze lijkt is een Mispel of een Moerbei. Veel planten en bomen in een tuin staan er niet omdat ze het meest produceren, het mooist bloeien of de aangewezen soort zijn voor een bepaalde plek. Neem bijvoorbeeld de kiwi’s, die er staan omdat het leuk was om ze te zaaien en dan verder op te kweken, of de vele geredde planten die anders in de prullenbak waren gegooid, andere experimenten als de Fatsia Japonica die ook niet van de zon bleek te houden of de Eucalyptus die in vier jaar tijd van één naar acht meter groeide. Planten die cadeautjes waren van andere tuinders, vrienden of familie. Zo heeft elke plant en ook plek in de tuin na verloop van tijd een eigen verhaal, herinnering of betekenis. Deze dingen geven planten emotionele waarde wat in een sier, of gemengde tuin vaak belangrijker is als praktische functionaliteit. Planten zelf kweken, of als gift krijgen van een ander geeft een totaal ander gevoel als een plant kopen. De herinnering blijft er voor altijd aan vast zitten. Zoals bijvoorbeeld oeroude bomen die ooit honderden jaren geleden zijn geplant op een landgoed door een Heer of Dame. Zo zijn er nog meer redenen te noemen die waarde toevoegen aan een plant of boom in de tuin. Een kweepeer in vergelijking met een ‘gewone’ peer, omdat de kwee een tijd lang vergeten was. Een historisch Hollands appel ras in plaats van een populaire exoot, wegens het behoud van de soort. Zelf kweken in plaats van kopen omdat je veel leert over het groei en kweekproces. Dit gaat soms ten koste van een hoge opbrengst, maar een tuin wordt zo persoonlijker en unieker, wat ook heel veel voldoening kan geven.
Er zitten aan zowel de mispel als de moerbei voordelen. Zo is de moerbei droogtebestendig en zijn de vruchten erg lekker. De mispel is gemaakt voor het Hollandse klimaat en goed winterhard. Maar, gezien de droogte van deze specifieke plek is de moerbei waarschijnlijk de beste keuze en moet de mispel nog maar even wachten.

Een nieuwe smaak

Als je een kas tot je beschikking hebt, heb je niet alleen de mogelijkheid tot het kweken van allerlei vruchtgewassen als tomaten en paprika’s, maar ook het aantal soorten kruiden die tot de mogelijkheden behoren neemt enorm toe. Toen ik afgelopen winter de bouw van de kas afrondde, was ik dan ook vast besloten om een aantal interessante nieuwe soorten te proberen te kweken.

Tijdens het zoeken naar zaden voor het nieuwe seizoen kwam ik toen Papalo tegen.

Porophyllum ruderale, Boliviaanse koriander of ook wel Papaloquelite is een prachtige plant uit de composietenfamilie. De naam Papalo komt van het woord voor vlinder in het Nahuatl dialect uit Centraal Mexico. De bladeren zijn blauwgroen, iets vlezig en bevatten duidelijk zichtbare olieklieren die ervoor zorgen dat de plant minder aantrekkelijk wordt voor insecten. Het is juist deze olie die de plant zijn karakteristieke smaak en geur geeft, zoals vaak het geval is bij aromatische kruiden.

_MG_0335

De plant is vrij snel groeiend en kan in een seizoen een hoogte bereiken van 150 cm.

De smaak lijkt op koriander, maar dan frisser en wat sterker. Het lijkt ook sterker te worden naarmate het seizoen vordert en de plant ouder wordt. Ik vind dat er een ondertoon van citrus en munt in zit. Het kan gebruikt worden in allerlei Centraal Amerikaanse gerechten waar je normaal gesproken koriander in zou doen. Gebruik het dan pas op het laatste moment. Je kan dan een of twee blaadjes versnipperen en over taco’s, buritto’s, tortillas, quesadilla’s, soepen, salsa’s en bonengerechten strooien. Zoals in Mexico gebruikelijk is kun je een vaasje op tafel zetten met een paar takjes er in. Deze blijven ook verrassend lang goed, op het moment staat er een takje al ruim anderhalve week op de eettafel en ziet er nog prachtig uit, het is dus geen probleem als je wat teveel geoogst hebt. Het smaakt natuurlijk ook fantastisch in de Aziatische keuken, bijvoorbeeld in een Thaise currypasta. Vervang dan de koriander voor Papalo.

In Centraal Amerika wordt het kruid ook geroemd voor zijn medicinale eigenschappen. Het wordt daar gebruikt voor maagklachten en tegen een hoge bloeddruk, maar helaas is er nog geen wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de medicinale werking van deze plant.

_MG_0336

Het kweken van Papalo is vooralsnog vrij eenvoudig gebleken. Het zaaien kan in normale potgrond met eventueel wat zand voor de vorming van een goed wortelstelsel. Zaai de zaden ongeveer een halve centimeter diep met ‘pluisje’ en al, het pluisje schijnt belangrijk te zijn voor de kieming. Verspeen de plantjes dan als de eerste echte bladeren gevormd zijn in potgrond zonder zand. Warmte is wel erg belangrijk voor de kieming van de zaden, zo’n 25 a 30 °C is ideaal, dus een kas, een warme op het zuiden gelegen vensterbank met veel zon is aan te raden. Als je beschikt over een verwarmingsmatje is dat natuurlijk ook prima. De grond mag tijdens de kieming zoals bij vrijwel alle zaden niet uitdrogen. Ik kon al een keer een zaaisel weggooien omdat ik het vergeten was vochtig te houden. Voor de zekerheid afdekken met geperforeerd plastic of vliesdoek kan uitdroging van de grond ook voorkomen. Na de kieming verschijnen twee mooie elegante kiemblaadjes op een rank, donkergekleurd steeltje. Ze groeien snel uit tot sterke planten, mits ze veel warmte, licht en genoeg water hebben. De planten schieten niet snel door dus anders als bij koriander is een keer zaaien in april genoeg voor een heel seizoen lang Papalo. Top de stelen na twee of drie bladparen voor een bossigere groei.

_MG_0333

Ik kweek de Papalo op dit moment in de kas waar hij het erg naar zijn zin heeft, maar waarschijnlijk doet hij het ook best op een zonnige, beschutte en vooral warme plek of op een warme zonnige vensterbank. Het is bij mij wel gebleken dat de plant in een te kleine pot moeilijk bloeit en zaad maakt. Wil je dus zaden winnen, kweek hem dan óf in een ruime pot, of in de volle grond.

Al met al vind ik dit kruid een aanrader voor in de tuin en de keuken om zijn goede makkelijke kweekmogelijkheden en uitgesproken, unieke smaak.

De tuin

Als een reflectie van de persoonlijkheid van de tuinder, heeft elke tuin een eigen karakter. Geen tuin is ooit hetzelfde. Zelfs binnen een specifieke stijl zijn tuinen meestal uniek, en elke tuin die je bezoekt laat een eigen impressie achter.

Ik begon mijn tuin ongeveer zes jaar geleden in 2012. Ik vroeg een vriend, Willem of hij samen een tuin wilde starten en zo vonden we een tuin op een volkstuinencomplex in de buurt. Degene die we kozen was simpelweg een weilandje met wat verdorde struiken. We konden niet wachten om te beginnen en opruimen en omspitten was het eerste wat we deden.DSC07462

the beginning in 2012
de start van het eerste seizoen

De zware klei hield ons niet tegen in onze missie om het stuk te verdelen in een aantal plantenbedden en de aarde te keren en zacht te maken zodat we er in konden zaaien. Uiteindelijk mulchte we het met champost en zaaiden direct daarin, omdat de klei nog veel te vast en te grof was.

DSC07463
De eerste spinazie ooit op de nieuwe volkstuin

En zo begon het. De eerste twee jaar hadden we een leuke en leerzame tijd en toen Willem verhuisde besloot ik om alleen met de tuin verder te gaan. In het begin was ik veel bezig met de tuin ‘af te maken’. Maar na een aantal jaren ervaring weet ik dat een tuin eigenlijk nooit af is. Tijdens het tuinieren is het namelijk zo dat nieuwe plannen zich ontwikkelen en tijdens het tuinieren krijg je nieuwe ideeën. Actie leidt namelijk tot inspiratie. Het is mooi om te zien hoe een tuin zich door de jaren heen ontwikkelt. Voor een bezoeker lijkt een tuin misschien op het eerste gezicht één geheel. Maar voor een tuinier ontstaan er na verloop van tijd binnen de tuin allerlei afzonderlijke tuintjes. Kleine stukjes met allemaal hun unieke gevoel dat ze teweeg brengen. Zoals bijvoorbeeld een smalle strook langs de vijver waar je tot rust komt en kan kijken naar de waterjuffers die landen op de waterplanten, de ruimte tussen de rijen Frambozen waar je twee keer per jaar op je knieën het onkruid weg haalt, oogst, of de afgestorven stengels weg knipt. Het plekje achter de kas waar je uit de wind zit en jezelf kan laten verdwijnen in het veldje met wilde bloemen.. Al deze kleine tuintjes veranderen continu en verdwijnen soms zelfs, om weer plek te maken voor nieuwe. Als je een tuin bekijkt als een kamer in de buitenlucht, heeft deze een doel, en groeit binnen dat doel. Het is vaak ontworpen als één geheel, maar wordt naarmate de tijd verstrijkt steeds verfijnder. Dan ontwikkelen zich de kleine plekken die een tuin vaak zo’n eigen karakter geven. Zoals een plek op een plank aan de muur waar zich kleine beeldjes verzamelen. De muur naast de trap waar schilderijen hangen die gemaakt zijn door familieleden. Een hoek achterin een kamer waar je heerlijk kan lezen omdat er precies genoeg ruimte is voor een stoel, bijzet-tafeltje en een boekenplank. Allemaal kenmerkende plekken die een plek een eigen identiteit geven.

2013-08-10 17.29.34
de zomer van 2013

De dynamiek van een tuin is naast andere dingen bepalend voor zijn sfeer. Een tuin die niet veranderd, leeft niet. Hij groeit mee met zijn tuinder(s), wordt langzaam ouder en volwassener. Elk tuinseizoen heeft zijn eigen gebeurtenissen en uitdagingen die effect hebben op de planten, dieren en mensen. Elke tuinder gaat op een andere manier om met deze uitdagingen en gebeurtenissen, en als je een tuinencomplex of een willekeurige individuele tuin bezoekt, zijn ze altijd allemaal verschillend. En als je er zo over na denkt, eigenlijk heb je er ook maar voor een deel controle over. Als je namelijk helemaal niks meer zou doen tuiniert moeder natuur gewoon verder op haar manier en ontwikkeld de tuin zich net zo goed, als zou een mens dat meestal niet als een positieve ontwikkeling beschouwen..

Wat me vaak fascineert is de relatie die mensen in hun tuin hebben met ‘de natuur’. Een tuin is eigenlijk een soort oorlogsgebied waarin de tuinier strijdt om de planten te laten groeien die hij of zij in de tuin wil hebben. Helaas is het vaak zo dat inheemse plantensoorten het veel beter doen op de grondsoort en in het klimaat waar zij zo goed aan zijn aangepast. In het begin deed ik mijn uiterste best om alle planten die ik als onkruid beschouwde uit te roeien, maar naarmate ik meer over inheemse planten, hun gebruik, en plek in het ecosysteem leerde raakte ik meer in ze geïnteresseerd. Smeerwortel bijvoorbeeld wordt beschouwd als een onkruid, maar is een mooie plant om te zien, trekt veel bestuivers aan als bijen en hommels, kan gebruikt worden om een ijzer en kaliumrijke vloeibare mest mee te maken en wordt veel gebruikt in de Fytologie. Brandnetels overwoekeren al snel al het andere, maar zijn een lekkere en gezonde groente in soep, wok, stoofgerechten of kruidenthee, en is een waardevolle plant voor vele insecten waaronder veel vlindersoorten. Daarnaast is brandnetel net als smeerwortel geschikt om gier mee te maken, die veel stikstof bevat. Meestal heb ik zowel plekken in de tuin die netjes bijgehouden zijn als plekken waar wilde planten vrij spel hebben gekregen, en ik geniet van beide. Voor mij voelt het het best als er een bepaalde balans is tussen wild, en getemd. uiteindelijk is een tuin een samenwerking tussen een mens, en de natuur.

20181010_161253.jpg
september 2018

“The garden suggests there might be a place where we can meet nature half-way”– Liberty Hide Bailey (1858 – 1954), American horticulturist and botanist.